Hildegard van Bingen

17 september Hildegard van Bingen (1098-1179)

Groene geest 

 

Hildegard van Bingen was een benedictines, mystica, kruidenkenner en schrijfster van natuurwetenschappelijke boeken. Zij beschrijft de relatie tussen God, mensheid en kosmos als een uitvloeisel van Gods liefde. De kleur van de Geest van God is voor haar groen: de kleur van het leven dat in het licht van de Eeuwige in alle wezens oplicht. Zij geniet een hernieuwde belangstelling. In 2012 werd zij heilig verklaard vanwege haar voedingsleer in combinatie met haar regels voor een leefwijze.

In de tijd van Hildegard werden bij kloosters vooral kruiden gekweekt met geneeskrachtige eigenschappen. Op het Concilie van Nicea (325) was bepaald dat kloosters zieken moesten opnemen om te verzorgen. De eerste gasthuizen ontstonden daardoor in de nabijheid van kloosters met kruidentuinen. Hildegard, die in 1163 abdis werd, wordt wel de eerste schrijvende arts genoemd. Ze beschreef ook recepten voor een gezonde voeding. Spelt was voor haar een belangrijk graan waaraan zij vele goede eigenschappen toekende.

 

Spelt (Triticum spella)

Spelt is een oud graangewas dat (met tarwe, gierst en gerst) op de rand van de akker gezaaid werd (Jesaja 28, 25) en gebruikt werd om brood te maken (Ezechiël 4, 9).

 spelt

 

Recept

Zie www.sameneerlijketen.nl onder de rubriek ‘Heiligen”.

 

 

Praktijk

  • Zie www.knr.nl duurzaamheid heiligen en helden.
  • Kruidentuin Museumklooster Ter Apel
  • Kruidentuin Herkenrode

 

 

 

Lucia van Syracuse

 

13 december Lucia van Syracuse († 300)

Licht dragen

 

 

 

 

 

 

 

 

Lucia betekent ‘lichtdraagster’. Met name in Zweden wordt Lucia feestelijk herdacht. Meisjes dragen op hun hoofd een vaak groene kaarsenkroon met vijf of zeven kaarsen. Zo zijn zij op deze dag ‘draagsters van het licht’. Zij delen speciale “Luciabroodjes” uit (met saffraan).

Volgens een legende bezocht Lucia met haar zieke moeder het graf van de heilige Agatha (gestorven in de 3e eeuw in Catania), waarna haar moeder genas. Dankbaar schonk Lucia toen al haar bezit aan de armen. In een andere legende wordt verhaald hoe zij in de catacomben afdaalde om brood te brengen aan christenen die zich daar schuil hielden om te ontkomen aan vervolging. Zij droeg daarbij een kaars op haar hoofd als licht op haar pad.

 

Boom

– Sint-Luciakers is een volksnaam voor de Weichselboom. De boom is verwant aan de kers en wordt ook wel boerenpruim genoemd. Het hout heeft een goede geur. In het Duits wordt deze boom ook wel Sankt-Lucienholz genoemd, in het Frans Bois de Saint-Lucie.

 

Kruid

– Valkruid (Arnica montana ) of wolverlei heeft de volksnaam Sint Luciaanskruid. Hildegard van Bingen (1098-1179) noemt de plant Wolfislegena. Het was een bekend wondkruid waarvoor men de wortel gebruikte. Tegenwoordig wordt tinctuur uit bloemen nog in de volksgeneeskunde gebruikt. Wellicht dat door de combinatie van de vermeende heilzame werking en de lichte zonnige kleur van de bloem dit kruid aan Lucia herinnerde.

 

Arnica
Arnica

 

Recepten

 

 

Palmzondag

 

2 april Palmzondag

Niet hoog te paard

 

Groen palmtakje

Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem worden takken met groene bladeren over de weg gespreid (Matteus 21, 1-11, Marcus 11, 1-10). De evangelist Johannes spreekt over groene ‘palm’takken (Johannes 12, 12-16). De palmboom doet denken aan een rechtvaardig mens (Psalm 92, 13).

Groen verwijst naar leven, denk aan oase, grazige weide, een gezegend leven. ‘Groen’ is verwant aan ‘groeien’ en betekent eigenlijk: de kleur hebben van wat groeit. Hildegard van Bingen verwees met groen naar de levenwekkende Geest. Betrokken op een mens, herinnert het groen aan een gezegend en rechtvaardig leven:

Ik ben als een groene olijfboom in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd
(Psalm 52, 6-10)

Door de eeuwen heen hebben mensen een groene tak als beeld van leven gezien. In Nederland kunnen buxustakjes gebruikt worden, om ze in de kerk te laten wijden en mee naar huis te nemen. Ook de palmpaasstokken worden ermee versierd. Wie van het land moest leven stak de gewijde palmtakjes op de hoeken van het land in de grond, om zo het land te ‘palmen’, borg voor een goede oogst? Of is het veeleer de erkenning dat God schepper van de wereld is, eigenaar van het land? En dat de mens die van de aarde gebruik maakt zijn zegen nodig heeft? (naar een tekst van Gerard Ris).

Palmzondag vormt het begin van de Stille (of Goede) Week, de laatste week naar Pasen: stapsgewijs gaan mensen de weg van vernedering en verhoging, Jezus achterna. Meerdere vieringen markeren die weg, op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Op de avond voor Pasen, eigenlijk in de Paasnacht, klinkt dan tenslotte het bevrijdende “Licht van Christus”.

 

  

Ezel, niet hoog te paard

Gij met uw zachtzinnige oren

en uw geduldig gezicht:

Ik ben u zeer verplicht

(…)

En dat ge zelfs niet hebt bewogen

mij slechts hebt getroost met uw ogen.

Dat kunnen de mènsen niet.

(Fragment uit het gedicht Dank aan een ezel, I. Gerhardt)

 

Jezus kiest voor een ezel om Jeruzalem binnen te gaan. De ezel is het lastdier voor de armen. Paarden zijn voor de rijken. De uitdrukking ”hoog te paard zitten” herinnert daaraan. Paarden werden gebruikt bij oorlog, maar Jezus komt op een ezel als vredestichter de stad binnen. In processies op Palmzondag werden daarom soms houten ezels meegetrokken. In de tijd van koning Salomo werd het paard uit Egypte gehaald en als oorlogswapen ingezet om strijdwagens te trekken (1 Koningen 10, 26-29). Paarden maakten ook in Jezus’ tijd deel uit van het Romeinse leger. Ezels daarentegen waren de lastdieren in het leven van alledag. Maria met haar pasgeboren kind wordt op haar vlucht (op afbeeldingen) gedragen door een ezel, net als Mozes: ‘Mozes zette zijn vrouw en kinderen op een ezel en ging op weg, terug naar Egypte’ (Exodus 4, 20).

 

Stil grazend naast een grijze rots

zag ik opeens op hoge benen

een jonge ezel; zijn oren schenen

doorzichtig, zijn gelaat was trots. (…)

 

En na een korte, felle schrik

verstarde ik in verwondering.

Of kan het eerbied zijn geweest,

voor dit schoon, ongeschonden beest,

waarmee ik langzaam verder ging?

(Fragment uit het gedicht Het ezeltje, M. Vasalis; zie ook http://www.scheppingvieren.nl/het-ezeltje/

 

Het verhaal van de intocht herinnert aan een beeld van de profeet Zacharia:

Juich Sion,

Jeruzalem schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem:
de bogen worden gebroken.

Hij zal vrede stichten tussen de volken. (Zacharia 9, 9-10)

 

broodhaantje

Haan

Een haan kraait bij het krieken van de dag. Diens roep markeert het einde van de nacht. Onderweg naar de Olijfberg zegt Jezus: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen (…).’ Petrus zei daarop tegen hem: ‘Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!’ Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je; deze nacht nog, zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen’ (Matteus 26, 31-34). De haan kan zo ook beeld van waakzaamheid worden.

 

Recepten

Palmpaashaantje, zie verder op www.sameneerlijketen.nl:

Recepten bij Palmpasen

 

 

 

Schikken

Vieren

 

Benedictus van Nursia

21 maart Benedictus van Nursia (ca. 480-547)

Raaf, Gezegende kruiden, Kruidenlikeur

Ofschoon overleden op 21 maart, wordt zijn feestdag op 11 juli gehouden.

raaf met brood

 

 

 

 

 

 

 

Alderbertabdij te Egmond

Benedictus stichtte in 529 de orde van de Benedictijnen en werd daarmee de vader van het monnikendom in West Europa. De orde heeft veel betekend voor de ontwikkeling van (medicinale) kruidentuinen en landbouw. Met name Gregorius de Grote heeft bekendheid gegeven aan de zogenaamde Regel van Benedictus, die de basis vormde voor gemeenschappelijk leven.

 

Raaf

Benedictus was aanvankelijk een kluizenaar die in een grot leefde. Legenden verhalen dat een raaf hem van brood voorzag. Het herinnert aan Elia: ‘De HEER richtte zich tot Elia met de woorden: Ga weg van hier (…) zoek een schuilplaats aan de overkant van de Jordaan. Drinken kun je uit de rivier, en ik heb de raven opgedragen je daar van voedsel te voorzien (…) De raven brachten hem daar ’s ochtends en ’s avonds brood en vlees, en water dronk hij uit de rivier’ (1 Koningen 17, 2-5).

 

Gezegende kruiden

Het Latijnse woord benedict betekent ‘gezegend’ en is in benamingen terug te vinden.

Geel nagelkruid (Geum urbanum) wordt Benedictuskruid, gezegend kruid of ook wel gezegende wortel genoemd. De wortelstok bevat vluchtige olie die naar kruidnagel ruikt en maagversterkend werkt. Hildegard van Bingen noemde dit kruid Benedicta (de gezegende). Albertus Magnus spreekt van Sana Mundi (sana is gezond, munda is zuiver), verwijzend naar heilzame werking.

nagelkruid

 

Gezegende distel (Cnicus benedictus) is een lage distel met een gele bloem. De naam verwijst naar de geneeskracht die eraan werd toegekend. De distel wordt gebruikt in vinum amararum, een bittere wijn, en in kruidenlikeur om de eetlust op te wekken. Zie link aanmaken www.kloostertuinen.nl

gezegende distel

 

Benedictine – een kruidenlikeur

Het is een likeur met gezegende distel, honing en andere kruiden. Benedictine (46 % alcohol) zou voor het eerst in 1510 gemaakt zijn in het klooster van de benedictijnen in Fécamp (Normandië). Het destilleren van wijn tot brandewijn was al twee eeuwen eerder in gebruik. Toevoeging van kruiden diende aanvankelijk als medicijn. De afkorting D.O.M. op flessen verwijst naar Deo Optima Maxima, ‘aan de allerhoogste God gewijd’.

 

Recept

Benedictus uiensoep met tijm, doet je bij de oogst van uien denken aan het moment waarop je de uien gepoot hebt (rond 21 maart).

– Zie ook website sameneerlijketen.nl onder Heiligen (11 juli)